Kanscontract

Voorafgaande beslissing nr. 20058 dd. 23.11.2020

Artt 2.8.1.0.1; 2.8.4.1.1;  2.7.1.0.3; 2.7.1.0.5; 3.17.0.0.2 VCF


 

Inhoud

  1. Voorwerp van de aanvraag
  2. Omschrijving van de verrichting(en)
  3. Motivering van de aanvraag
  4. Beslissing

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvragers vragen om volgende bevestiging:

1.1. Zowel het voorgenomen kanscontract als het beding van aanwas tussen echtgenoten is rechtsgeldig en kwalificeert als kanscontract ten bezwarende titel;

1.2. Bijgevolg zijn zowel het kanscontract als het beding van aanwas geen schenking en dus niet onderworpen aan de schenkbelasting en zijn de artikelen 2.8.1.0.1 VCF en 2.8.4.1.1, §2, VCF niet van toepassing;

1.3. Aangezien het kanscontract en het beding van aanwas geen schenking uitmaken, zijn zij dus ook niet onderworpen aan de erfbelasting overeenkomstig de artikelen 2.7.1.0.3, 3°, VCF en 2.7.1.0.5 VCF;

1.4. De combinatie van de wijziging van het huwelijkscontract en afsluiten van het kanscontract en beding van aanwas, geeft geen aanleiding tot toepassing van de algemene antimisbruikbepaling opgenomen in artikel 3.17.0.0.2 VCF.

 

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door de heer […], namens hun cliënten:

2.1. De heer X, geboren te […] op xx.xx.1967, rijksregisternummer […], en zijn echtgenote

2.2. Mevrouw Y (geboren […]), geboren te […] op xx.xx.1976, rijksregisternummer […],

samen wonende te […].

3. De heer en mevrouw X-Y zijn gehuwd, oorspronkelijk onder het wettelijk stelsel naar Belgisch recht, bij gebrek aan huwelijkscontract. Een eerste wijziging, doch met behoud van het stelsel, vond plaats ingevolge huwelijkscontract verleden op xx.xx.2010. Het huwelijkscontract werd een tweede maal gewijzigd ingevolge akte verleden op xx.xx.2019, waarbij de echtgenoten hun huwelijksvermogensstelsel gewijzigd hebben naar een stelsel van scheiding van goederen en waarvoor de motieven hierna worden  uiteengezet.

Het wijzigend huwelijkscontract van xx.xx.2010 en het wijzigend huwelijkscontract van xx.xx.2019 werd door de aanvragers op xx.xx.2020 aan het dossier toegevoegd.

4. De echtgenoten X-Y. hebben samen twee gemeenschappelijke kinderen.

5. De echtgenoten X-Y hebben hun fiscale woonplaats sedert meer dan vijf jaar in het Vlaamse Gewest.

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

6. Reeds meer dan één jaar geleden hebben de heer en mevrouw X-Y hun huwelijksvermogensstelsel gewijzigd naar het stelsel van zuivere scheiding van goederen.

Ingevolge deze overstap naar het stelsel van zuivere scheiding van goederen werd het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, waartoe onder andere diverse financiële tegoeden, een vordering in rekening-courant op de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “vennootschap A” (ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer […]) en enkele onroerende goederen behoorden, vereffend en verdeeld.

Initieel bleven de goederen die tot het voormalige gemeenschappelijk vermogen behoorden, in onverdeeldheid tussen de echtgenoten, ieder voor de onverdeelde helft. Vervolgens zijn de echtgenoten overgegaan tot de effectieve verdeling van het roerend onverdeeld vermogen tussen de eigen vermogens van de echtgenoten, met uitzondering van een aantal roerende goederen die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden.

Onverdeeldheden tussen echtgenoten bleven bestaan voor wat betreft de onroerende goederen, alsook voormelde roerende goederen die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden.

7. Voor wat betreft de roerende goederen, die ingevolge de verdeling van het roerend onverdeeld vermogen exclusief tot het eigen vermogen van de ene en de andere echtgenoot behoren, zullen de heer en mevrouw X-Y een kanscontract afsluiten. Meer specifiek zullen volgende goederen, die momenteel nog tot het roerend onverdeeld vermogen behoren, bij helften verdeeld worden tussen de exclusieve eigen vermogens van de echtgenoten om vervolgens het voorwerp van het kanscontract uit te maken:

  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een rekening bij […] met nummer […];
  • Een vordering in rekening-courant op de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid vennootschap A’ (ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer […]).

8. Voor de onverdeelde roerende goederen, die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden tussen de eigen vermogens van de echtgenoten, sluiten zij een beding van aanwas. Meer specifiek gaat het om financiële tegoeden bij:

  • […];
  • […];
  • […];
  • […];
  • […];
  • […];
  • […];
  • […].

9. De bepalingen van het kanscontract en het beding van aanwas zijn identiek, met uitzondering van het voorwerp. Om die reden wordt hieronder enkel het ontwerp van het kanscontract voorgelegd. De bepalingen van het kanscontract zijn mutatis mutandis ook van toepassing op het beding van aanwas.

10. Ontwerp kanscontract

“Artikel 1 - Bekwaamheid en bevoegdheid van de echtgenoten

De echtgenoten bevestigen dat zij bekwaam en bevoegd zijn om een kanscontract te sluiten met betrekking tot de roerende goederen die het voorwerp van deze overeenkomst uitmaken.

Artikel 2 - Rechtskeuze

De echtgenoten komen uitdrukkelijk overeen dat uitsluitend het Belgische recht van toepassing is op deze overeenkomst, met betrekking tot zowel de inhoud als de vorm.

Artikel 3 – Kanscontract

De echtgenoten komen overeen dat, bij het overlijden van de eerststervende onder hen en zonder terugwerkende kracht, de volle eigendom (of het vruchtgebruik of de blote eigendom, zoals bepaald in artikel 6) van de roerende goederen op naam van de eerststervende, zoals hierna verder beschreven, zal toekomen aan de langstlevende onder hen.

Deze overeenkomst is tussen partijen overeengekomen ten titel van kanscontract, en dus ten bezwarende titel.

Aldus staat X de roerende goederen die exclusief op zijn naam staan, zoals hierna vermeld, in volle eigendom (of in vruchtgebruik of blote eigendom, zoals bepaald in artikel 6) en ten bezwarende titel af aan Y, onder opschortende voorwaarde van zijn vooroverlijden. Als tegenprestatie voor deze afstand verkrijgt X een gelijke kans om de roerende goederen die exclusief op naam staan van Y in volle eigendom (of in vruchtgebruik of blote eigendom, zoals bepaald in artikel 6) te verwerven, indien hij het langst leeft.

Hetzelfde geldt voor Y. Zij staat de roerende goederen die exclusief op haar naam staan, zoals hierna vermeld, af in volle eigendom (of in vruchtgebruik of blote eigendom, zoals bepaald in artikel 6) en ten bezwarende titel af aan X, onder opschortende voorwaarde van haar vooroverlijden. Als tegenprestatie voor deze afstand verkrijgt Y een gelijke kans om de roerende goederen die exclusief op naam staan van X in volle eigendom (of in vruchtgebruik of in blote eigendom, zoals bepaald in artikel 6) te verwerven, indien zij het langst leeft.

Artikel 4 - Zaakvervanging

De bepalingen van dit kanscontract zijn ook van toepassing op alle goederen die worden verkregen in vervanging van (een deel van) de roerende goederen die het voorwerp van deze overeenkomst uitmaken ingevolge het principe van zaakvervanging. Dit principe wordt hierna beschreven. Telkens wanneer er zaakvervanging optreedt, dan zullen de echtgenoten dit schriftelijk bevestigen. Deze schriftelijke bevestiging is niet nodig voor de zaakvervanging die van rechtswege optreedt binnen een feitelijke universaliteit.

Onder zaakvervanging wordt in het algemeen begrepen: de zakenrechtelijke subrogatie, de belegging en de wederbelegging, de vermogensverwisseling en -vervanging in de meest uitgebreide zin van het woord. Daartoe horen niet alleen de interne zaakvervanging (binnen een feitelijke of juridische algemeenheid van goederen), maar eveneens de externe zaakvervanging (vervanging van een niet-vervangbaar goed door een ander al dan niet-vervangbaar goed, al dan niet met eenzelfde functie of bestemming in het vermogen), niet alleen de rechtstreekse zaakvervanging (de zaakvervanging in de strikte zin van het woord, zoals onder meer de ruiling), maar ook de onrechtstreekse zaakvervanging (vervreemding van een goed en herbelegging van de opbrengst ervan bij de verkrijging van een ander goed).

Zaakvervanging is steeds van toepassing, ook al wordt het niet uitdrukkelijk vermeld.

Artikel 5 - Vruchten en meerwaarden

Partijen komen overeen dat dit kanscontract automatisch ook betrekking heeft op alle vruchten en meerwaarden van de roerende goederen die het voorwerp van deze overeenkomst uitmaken.

Partijen komen overeen dat dit kanscontract ook betrekking heeft op alle vruchten en meerwaarden die voortgebracht worden door de goederen die in de plaats getreden zijn van (een deel van) de roerende goederen die het voorwerp van deze overeenkomst uitmaken. Ook met betrekking tot deze vruchten en meerwaarden geldt de zaakvervanging zoals voorzien onder artikel 4.

De bepalingen van dit kanscontract zijn ook van toepassing op die goederen die in de plaats komen van deze vruchten en meerwaarden.

Artikel 6 - Optioneel karakter van het kanscontract

De langstlevende echtgenoot moet zijn/haar wil om het kanscontract uit te oefenen uitdrukkelijk kenbaar maken door middel van een verklaring en dit binnen een termijn van 4 maanden na het overlijden van de eerststervende. Deze verklaring dient te gebeuren in een notariële akte of in een onderhandse akte. In dit laatste geval moet de handtekening van de langstlevende door de notaris te worden gelegaliseerd. Deze termijn geldt als vervaltermijn.

Bij ontstentenis van uitdrukkelijke wilsuitdrukking op voormelde wijze en binnen voormelde termijn zal de langstlevende geacht worden onherroepelijk te hebben verzaakt aan het voordeel van het kanscontract.

In deze verklaring zal de langstlevende mogen opteren om het kanscontract te beperken tot de blote eigendom of het levenslang vruchtgebruik van het deel van de eerstoverleden echtgenoot in voormelde roerende goederen op naam van de eerstoverleden echtgenoot. In dat geval moeten alle bepalingen van dit kanscontract waar sprake is van "de volle eigendom" gelezen worden als "de blote eigendom" of "het levenslang vruchtgebruik".

Artikel 7 - Overeenkomst ten bezwarende titel

De echtgenoten staan de bedingen van de overeenkomst wederkerig toe. Beide partijen schatten voor zichzelf de kans om te overleven gelijk(aardig) in, rekening houdende met hun geslacht, leeftijd, leeftijdsverwachting en gezondheidstoestand. Deze gelijkaardige levensverwachting wordt ook gestaafd door medische attesten, als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd. Uit deze medische attesten blijkt dat partijen in goede fysische en psychische gezondheid verkeren. Gelet op het feit dat beide partijen hun kans op overleven gelijk(aardig) inschatten en de inleg van beide echtgenoten gelijkwaardig is, is deze overeenkomst ten bezwarende titel.

Artikel 8 - Overeenkomst onder bijzondere titel

De echtgenoten sluiten deze overeenkomst ten bijzondere titel. Het bijzonder karakter volgt uit de nauwkeurige aanduiding van de roerende goederen waarop deze overeenkomst slaat.

Artikel 9 - Vervreemdingsverbod

Teneinde de uitvoering van deze overeenkomst te garanderen, verbinden partijen zich ertoe om op geen enkele wijze over de goederen die deel uitmaken van dit kanscontract te beschikken en dit noch ten kosteloze titel noch ten bezwarende titel, zonder de uitdrukkelijke instemming van de andere, zolang deze overeenkomst van kracht blijft. Het akkoord van beide partijen is derhalve vereist voor alle verrichtingen met betrekking tot het voorwerp van deze overeenkomst.

Artikel 10 - Geen vergoeding

De langstlevende echtgenoot in wiens voordeel de uitwerking van het kanscontract tot stand komt, zal aan de erfgenamen of rechtsopvolgers van de eerstoverleden echtgenoot geen enkele  vergoeding verschuldigd zijn uit hoofde van deze overeenkomst, daar dit een kanscontract ten bezwarende titel is.

Artikel 11 - Duur

Deze overeenkomst is tussen de partijen afgesloten voor een periode van 2 jaar te rekenen vanaf de ondertekening van deze overeenkomst. Ze wordt nadien automatisch, uit hoofde van de wilsuiting van partijen vandaag vastgesteld, verlengd met opeenvolgende periodes van 2 jaar, tenzij een der partijen zijn wil te kennen geeft aan de andere om ze niet te verlengen, hetgeen dient te gebeuren bij aangetekend schrijven of elektronisch schrijven met ontvangstbevestiging minstens 3 maanden vóór het einde van de lopende tweejarige periode. Partijen kunnen evenwel op elk ogenblik gezamenlijk deze overeenkomst wijzigen of het einde van deze overeenkomst vaststellen in een onderhandse akte.

Deze overeenkomst eindigt evenwel van rechtswege vanaf het inleiden van een echtscheidingseis conform artikel 1254, dan wel artikel 1288bis Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 12 – Vertrouwelijkheid

De overeenkomst is strikt vertrouwelijk, tenzij anders bepaald. De echtgenoten kunnen ze niet aan derden meedelen, noch geheel noch gedeeltelijk, behoudens mits voorafgaande en schriftelijke instemming van beide echtgenoten en met uitzondering van de wettelijke vereiste openbaarmakingen en de mededeling aan hun raadslieden, die tot een geheimhoudingsplicht zijn gehouden.

Artikel 13 - Nietigheid

Een eventuele nietigheid van een bepaling van dit kanscontract betreft enkel die specifieke bepaling, die in dat geval voor niet geschreven moet worden gehouden, maar kan, volgens de uitdrukkelijke wil van partijen, niet de nietigheid van het volledige kanscontract tot gevolg hebben.”.

[top]

III. Motivering van de aanvraag

11. De heer en mevrouw X-Y wensen de bevestiging te krijgen dat het voorgenomen kanscontract en het beding van aanwas evenwichtige overeenkomsten ten bezwarende titel uitmaken, waarop noch schenkbelasting, noch erfbelasting verschuldigd is. Tevens wensen zij de bevestiging te krijgen dat de combinatie van (voorgenomen) verrichtingen - wijziging huwelijkscontract en kanscontract en beding van aanwas - geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

11.1. Het kanscontract en beding van aanwas zijn overeenkomsten ten bezwarende titel.

De heer en mevrouw X-Y zijn van mening dat zij overeenkomsten ten bezwarende titel zullen ondertekenen in de vorm van een kanscontract en een beding van aanwas. Zij motiveren hierna waarom dat zo is. Om die reden vragen zij - samengevat - enerzijds dat het kanscontract en beding van aanwas geen aanleiding geven tot de heffing van schenkbelasting (indien de overeenkomsten zouden worden geregistreerd in België). Anderzijds vragen zij de bevestiging dat er bij de uitwerking van deze overeenkomsten geen erfbelasting verschuldigd is.

11.1.1. Principe

Kanscontracten en dus ook bedingen van aanwas (die een specifiek type van kanscontracten zijn) zijn wederkerige overeenkomsten waarvan de gevolgen, met betrekking tot winst en verlies, hetzij voor alle partijen, hetzij voor één van hen, van een onzekere  gebeurtenis afhangen (artikel 1964 Burgerlijk Wetboek). De onzekere gebeurtenis is in dit geval niet het overlijden op zich (een overlijden is een zekere gebeurtenis), maar wel de volgorde van het overlijden. Elke echtgenoot kan de langstlevende van hen beiden zijn. De kans op winst bestaat in de verkrijging van de eigen goederen (of het aandeel) van de andere echtgenoot (in de onverdeelde goederen). Het verlies is bijgevolg het overlijden als eerste van beide partijen, waarbij men zijn eigen goederen (of eigen aandeel in de onverdeelde goederen) moet afstaan aan de langstlevende.

11.1.2. Ten bezwarende titel

Het voorgenomen kanscontract en beding van aanwas  zijn overeenkomsten ten bezwarende titel. Het bezwarend karakter vereist dat de kansen van beide partijen evenwichtig zijn.

In casu zijn de kansen tussen beide echtgenoten evenwichtig:

- Beide echtgenoten hebben een gelijke overlevingskans, wat aangetoond wordt door hun huidige leeftijd en levensverwachting. De heer X heeft een levensverwachting van 82,7 jaar en mevrouw Y een levensverwachting van 84,9 jaar. De echtgenoten zijn nog ver verwijderd van hun respectieve levensverwachting, waardoor het in casu gerechtvaardigd is te verdedigen dat hun levensverwachting gelijkaardig is. De jonge leeftijd van de echtgenoten laat immers niet toe te voorspellen wie van hen het meeste kans heeft om de langstlevende te zijn, mede gelet op de onzekerheden van het leven. Ook onder de vigerende rechtspraak kwalificeert een leeftijdsverschil van 9 jaar als een kansengelijkheid (Rb. Turnhout 7 januari 2005, RABG 2006, nr. 6, 60: leeftijdsverschil van 16 jaar; Antwerpen 4 juni 2012, rolnr. 2010/R/3289, onuitgegeven: leeftijdsverschil van 14 jaar; Antwerpen 30 juni 2015, T. Not. 2016, afl. 5, 364: leeftijdsverschil van 10 jaar).

- Daarnaast verkeren de echtgenoten in eenzelfde goede gezondheidstoestand, hetgeen ook kan gestaafd worden aan de hand van medische attesten.

- De inleg van beide echtgenoten is op het moment van het afsluiten van het kanscontract gelijkwaardig, hetgeen gestaafd kan worden met waarderingsverslagen. De goederen die het voorwerp zullen zijn van het beding van aanwas, behoren ieder van de echtgenoten toe voor de onverdeelde helft, zodat de inleg daarvoor ook gelijkwaardig is.

Het bezwarend karakter en dus het evenwicht van de overeenkomsten zal bijgevolg aanwezig zijn op het moment van het afsluiten ervan.

11.1.3. Ten bijzondere titel

Zowel het kanscontract als het beding van aanwas zullen in casu ten bijzondere titel afgesloten worden, daar de overeenkomsten betrekking hebben op goederen die er nauwkeurig in worden omschreven .

De echtgenoten anticiperen expliciet op een situatie waarbij goederen in de plaats zouden treden van de goederen waarover zij het kanscontract of beding van aanwas zullen sluiten. De echtgenoten komen immers overeen dat de in de plaats getreden goederen automatisch ook tot het kanscontract of beding van aanwas behoren ingevolge zaakvervanging. De echtgenoten komen tevens overeen dat zaakvervanging schriftelijk zal worden bevestigd, behoudens bij een feitelijke universaliteit, zoals een effectenportefeuille.

11.1.4. Kanscontract en beding van aanwas tussen echtgenoten

Het feit dat het kanscontract en beding van aanwas tussen echtgenoten worden afgesloten, maken deze overeenkomsten  op zich niet ongeldig, zoals ook is bevestigd door uw Dienst (Standpunt nr. 17044 dd. 8 januari 2018).

Het is mogelijk om een kanscontract af te sluiten voor niet-onverdeelde goederen. Dezelfde regels moeten voor het kanscontract gevolgd worden als degene die gelden voor een beding van aanwas (Standpunt nr. 17044 dd. 8 januari 2018).

11.2. De wijziging van het huwelijkscontract in combinatie met een kanscontract en beding van aanwas is geen fiscaal misbruik

De wijziging van het huwelijksvermogensstelsel, gevolgd door het sluiten van een kanscontract en een beding van aanwas, is geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF. Er is geen eenheid van opzet tussen beide verrichtingen. Partijen plaatsen zich met de combinatie dus niet binnen het toepassingsgebied van een belastingverminderende bepaling, noch buiten het toepassingsgebied van een belastingvermeerderende bepaling op een manier die strijdig is met de doelstellingen van de fiscale wetgeving (geen objectief element).

Zelfs indien uw Dienst hierover anders zou oordelen, dan nog zijn er overtuigende niet-fiscale motieven, zodat deze combinatie van rechtshandelingen niet het wezenlijk doel heeft om een belastingvoordeel te bewerkstellingen (geen subjectief element). (A. SPRUYT, Handboek Estate Planning. Bijzonder deel 8. Anti-misbruik in registratie- en successierechten . Een kritische analyse, Gent, Larcier, 2012, 12-13.)

11.2.1. Geen eenheid van opzet

De heer en mevrouw X-Y hebben hun huwelijksvermogensstelsel op xx.xx.2019 gewijzigd door over te stappen van het wettelijk stelsel naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen. Nu wensen zij een kanscontract en een beding van aanwas af te sluiten ter bescherming van de langstlevende onder hen, mede gelet op de vele onzekerheden die COVID-19 met zich meebrengt.

Aangezien er reeds meer dan één jaar verstreken is sinds de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel kan er geen sprake zijn van eenheid van opzet tussen beide rechtshandelingen, die niet afhankelijk zijn van elkaar.

11.2.2. Niet-fiscale motieven wijziging huwelijksvermogensstelsel

De keuze van de heer en mevrouw X-Y om hun huwelijksvermogensstelsel te wijzigen door over te stappen van het wettelijk stelsel naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen, werd ingegeven door volgende (niet-fiscale)  motieven:

a) Geen vermenging eigen vermogen met gemeenschappelijk vermogen.

De heer X beschikt over een omvangrijk eigen vermogen, dat hij dankzij jarenlange professionele inspanningen en investeringen opgebouwd heeft en dit reeds vóór zijn huwelijk met mevrouw Y.

Door middel van een overstap naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen, wilden de echtgenoten duidelijkheid verschaffen aan elkaar omtrent de eigendomsaanspraken op de goederen die aan hen toebehoren, mede gelet op de vermogensverschuivingen en vermenging die in het verleden hadden plaats gevonden. De heer en mevrouw X-Y hebben dit ook uitdrukkelijk zo verwoord in de intentieverklaring van de akte houdende wijziging huwelijkscontract : "De echtgenoten verklaren dat zij deze wijziging willen doen om onder elkaar duidelijkheid te verschaffen over de eigendoms- en vergoedingsaanspraken op de goederen die aan hen toebehoren, gelet op vermogensverschuivingen en transacties die in het verleden hebben plaatsgevonden. Bepaalde goederen zijn immers eigen aan een echtgenoot, en andere gemeenschappelijk. (".) Een stelsel van scheiding van goederen biedt voor de echtgenoten ook het voordeel dat eigendomsrechten- en verhoudingen eenvoudig traceerbaar zijn.".

Daarom hebben zij ervoor gekozen om over te schakelen naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen, waarbij het gemeenschappelijk vermogen initieel in onverdeeldheid aangehouden werd door de echtgenoten. Vervolgens hebben zij het roerend onverdeeld vermogen verdeeld tussen beider eigen vermogens, met uitzondering van bepaalde roerende goederen die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden.

Enkel de onroerende goederen en voormelde roerende goederen, die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden, houden zij verder in onverdeeldheid aan.

b) Veilig stellen van het vermogen van mevrouw Y

De overgang naar een stelsel van scheiding van goederen was daarnaast ook ingegeven vanuit de wens tot bescherming van mevrouw Y tegen het beroepsrisico en eventuele toekomstige beroepsschulden van de heer X.

De heer X heeft - samen met zijn broer - immers de leiding over een zeer grote onderneming, zodat er sprake is van een risico op (zeer) grote beroepsschulden voortvloeiend uit een beroepsaansprakelijkheidsvordering.

Daarnaast wilden de echtgenoten het vermogen van mevrouw Y (voor de toekomst) niet alleen veiligstellen voor voormelde beroepsschuldeisers, maar er tevens voor zorgen dat haar (onverdeeld) vermogen niet kan lijden onder een eventueel bewarend of uitvoerend beslag op het vermogen van de heer X. Het is daarom dat de echtgenoten verkiezen om de roerende goederen toe te bedelen aan hun exclusieve eigen vermogens, met uitzondering van voormelde roerende goederen die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden.

c) Bestuur van het eigen vermogen

Ten slotte wilden de echtgenoten hun vermogen voor de toekomst autonoom besturen. De heer en mevrouw X-Y hebben dit ook uitdrukkelijk zo  opgenomen in de intentieverklaring van de akte houdende wijziging huwelijkscontract: "De echtgenoten hebben ervoor gekozen hun huwelijksvermogensstelsel te wijzigen naar dat van een zuivere scheiding van goederen. De scheiding van goederen biedt het voordeel van de autonomie." Om die reden kozen zij ervoor dat het roerend gemeenschappelijk vermogen, na de vereffening en verdeling ervan, en nadat het initieel in onverdeeldheid aangehouden werd door de echtgenoten, toebedeeld werd aan de exclusieve eigen vermogens van beide echtgenoten, met uitzondering van voormelde roerende goederen die omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden.

11.2.3. Motieven: kanscontract en beding van aanwas

Zoals supra uiteengezet, was volgens de aanvragers de overschakeling naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen de enige manier om tegemoet te komen aan de huidige huwelijksvermogensrechtelijke wensen van de heer en mevrouw X-Y.

Dit doet echter geen afbreuk aan het feit dat zij nu ook de langstlevende onder hen willen beschermen, mede gelet op de vele onzekerheden die COVID-19 met zich meebrengt. Zij wensen meer bepaald de nodige maatregelen te nemen ter garantie van de levenskwaliteit en levensstandaard van de langstlevende, zonder aan flexibiliteit in te boeten.

Daartoe beogen de heer en mevrouw X-Y een kanscontract te sluiten met betrekking tot de roerende goederen die ingevolge de verdeling van het roerend onverdeeld vermogen exclusief tot hun respectieve eigen vermogens behoren, met name de zichtrekeningen, spaarrekeningen en een vordering in rekening­ courant op de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid vennootschap A '. Tevens beogen zij een beding van aanwas te sluiten met betrekking tot de roerende goederen die tussen hen in onverdeeldheid worden aangehouden, omdat deze omwille van hun specifieke aard niet verdeeld konden worden. De inhoud van het kanscontract - waarvan de bepalingen mutatis mutandis ook gelden voor het beding van aanwas - werd supra opgenomen.

a) Wettelijke devolutie en reserve van de kinderen

Sinds de wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel zijn de heer en mevrouw X-Y de exclusieve en enige eigenaar van hun roerende goederen, met uitzondering van voormelde roerende goederen die niet verdeeld konden worden.

Dit heeft tot gevolg dat bij het overlijden van één van beide echtgenoten artikel 745bis, § 1, eerste lid toepassing vindt. Dit artikel bepaalt dat indien één van de echtgenoten overlijdt en deze echtgenoot afstammelingen nalaat, aan de langstlevende slechts het vruchtgebruik van de nalatenschap toekomt. De heer en mevrouw X-Y vinden een dergelijk erfrecht voor de langstlevende echtgenoot te beperkt en wensen een bijkomende bescherming in te bouwen. Zij wensen er met name uitdrukkelijk voor te zorgen dat de langstlevende onder hen altijd aanspraak maakt op de volle eigendom van de roerende goederen die voorwerp uitmaken van het kanscontract en het beding van aanwas.

De echtgenoten wensen om die reden een kanscontract en een beding van aanwas te sluiten opdat de betrokken goederen geen deel uitmaken van de nalatenschap en zodoende niet onderworpen worden aan de regels van de wettelijke devolutie en de reservataire rechten van de kinderen.

b) Zekerheid voor de langstlevende echtgenoot

De heer en mevrouw X-Y verkiezen een kanscontract en een beding van aanwas met de nodige beschermingsmodaliteiten boven een schenking of testament, omwille van het precair karakter van deze technieken. Door de eenzijdige ad nutum herroepbaarheid van zowel testamenten (artikel 895 Burgerlijk Wetboek) als van schenkingen tussen echtgenoten (artikel 1096 Burgerlijk Wetboek), bieden zij de langstlevende echtgenoot geen enkele zekerheid tot bescherming.

Bovendien biedt een schenking noch een testament de garantie dat deze niet  zullen worden aangevochten door één van de kinderen wegens schending van hun reserve.

c) Eigen bestuur en bescherming in natura van de echtgenoten

Ook een bescherming via het huwelijkscontract biedt de echtgenoten niet de gewenste uitkomst. Zij willen elkaar immers een bescherming in natura verschaffen (het recht op goederen zelf), terwijl bijvoorbeeld een finaal verrekenbeding slechts een verbintenisrechtelijke vordering doet ontstaan tussen de echtgenoten. Ook een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen (TIGV) beschouwen zij als suboptimaal, nu in de interne verhouding tussen echtgenoten met betrekking tot dit TIGV de regels uit het wettelijk stelsel naar analogie van toepassing zijn (bijvoorbeeld inzake bestuursregeling, hetgeen zij net wensen te vermijden). Bovendien aanvaardt een deel van de rechtsleer niet dat het TIGV in de externe verhouding 'schuldeiserproof' is, zodat in die opvatting helemaal aan de doelstelling van de overstap naar een scheidingsstelsel zou worden voorbijgegaan.

[top]

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

12. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

13. Artikel 3.22.0.0.1, §2, eerste lid, 3° VCF stelt duidelijk dat de aanvraag de verwijzing moet bevatten naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop de beslissing moet slaan. De voorafgaande beslissing heeft bijgevolg enkel betrekking op die specifieke artikelen waarnaar in de aanvraag uitdrukkelijk verwezen wordt, m.n. artt. 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.5, 2.8.1.0.1, 2.8.4.1.1., §2, en 3.17.0.0.2 VCF:

- Artikel 2.7.1.0.3 VCF:

“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :
1° alle schulden die uitsluitend bij uiterste wil erkend zijn;
2° alle schuldbekentenissen van sommen die voorkomen als een contract onder bezwarende titel, maar die een bevoordeling inhouden en die niet aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen zijn onderworpen;
3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.
Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”;

- Artikel 2.7.1.0.5 VCF:

“§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.

Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.

§ 2. De termijn van drie jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.

De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”;

- Artikel 2.8.1.0.1 VCF:

“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”;

- Artikel 2.8.4.1.1, §2 VCF:

Ҥ 2. Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende goederen bedraagt :

1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;

2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.

Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.”;

- Artikel 3.17.0.0.2 VCF:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

14. De echtgenoten verklaren dat zij met betrekking tot de vermelde eigen roerende goederen een kanscontract zullen afsluiten en met betrekking tot de roerende goederen die zij in onverdeeldheid aanhouden een beding van aanwas zullen overeenkomen.

15. Een beding van aanwas van niet-onverdeelde goederen bestaat theoretisch gezien niet. Wanneer het evenwel om een kanscontract (ten bezwarende en bijzondere titel) gaat, dan valt dit contract onder dezelfde fiscale regeling als een beding van aanwas, waarvoor onderstaande redenering kan worden gevolgd. In casu verklaren partijen dat zij elk eigen roerende goederen onder het kanscontract willen brengen en met betrekking tot de niet-verdeelde roerende goederen een beding van aanwas willen overeenkomen.

16. Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen in een beding van aanwas niet zijn onderworpen aan de erfbelasting of schenkbelasting (maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht) mits het beding van aanwas, beperkt is via een beschikking onder bijzondere titel, en ten bezwarende titel is.

17. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.

18. Het contract is in casu  onder bijzondere titel aangezien de contracten betrekking hebben op roerende goederen die specifiek in de overeenkomst worden omschreven (cf. supra). M.b.t. de goederen vermeld onder punt 7 wordt opgemerkt dat deze op het ogenblik van het sluiten van het kanscontract verdeeld moeten zijn.

De eventuele effectenportefeuilles worden beschouwd als een feitelijke universaliteit. Bijgevolg aanvaardt Vlabel dat de contracten betrekking hebben op de effectenportefeuilles in hun geheel, zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de vereiste dat het contract onder bijzondere titel moet zijn.

19. Zaakvervanging is mogelijk binnen dergelijke contract. Het vervanggoed volgt dan dezelfde regels/bestemming als het goed dat het vervangt. Hetzelfde geldt voor meerwaarden.

In beide gevallen gelden volgende (bijkomende) voorwaarden:

  • er moet in de akte conventionele zaakvervanging voorzien worden;
  • als er zaakvervanging is, moet dit nog bevestigd worden op het moment van de verwerving van het nieuwe zaakvervangende goed.

Wat de eventuele effectenportefeuilles betreft heeft de aanvaarding van de kwalificatie als feitelijke universaliteit tot gevolg dat er van rechtswege zaakvervanging optreedt. De overeenkomst zal dus uitwerking krijgen op de effectenportefeuilles zoals deze zijn samengesteld op het ogenblik van het overlijden van één van de echtgenoten ongeacht de gewijzigde samenstelling hiervan ingevolge transacties van wederbeleggingen.

20. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

21. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het contract etc...

22. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het contract. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het contract blijkt dat bij het afsluiten van het contract niet aan deze voorwaarde was voldaan.

23. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De echtgenoten hebben een (relatief) jonge leeftijd van respectievelijk 53 jaar en 44 jaar en zij verklaren beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren.

24. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

25. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat de inleg van de aanvragers op het ogenblik van het afsluiten van het contract gelijkwaardig zal zijn. Ingevolge het wijzigend huwelijkscontract van 19 juli 2019 (overstap naar het stelsel van scheiding van goederen) werden de roerende goederen die tot het gemeenschappelijk vermogen verdeeld ieder voor de helft. Deze verdeling moet nog effectief worden uitgevoerd. Het voorgenomen kanscontract slaat op deze goederen en kan slechts worden gesloten van zodra deze goederen zijn verdeeld. De roerende goederen die wegens hun aard niet konden verdeeld worden, worden door de echtgenoten in onverdeeldheid, ieder voor de onverdeelde helft, aangehouden. Het voorgenomen beding van aanwas slaat op deze goederen.

26. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing, kan worden besloten dat het in casu om een kanscontract/beding van aanwas ten bezwarende titel gaat.

Enkel indien zou blijken dat de voorstelling van de feiten onjuist of onvolledig was, zal deze kwalificatie herzien worden, rekening houdende met de werkelijke feitelijke situatie.

27. Indien de contracten (kanscontract en beding van aanwas) zijn gesloten vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. In casu wordt het afsluiten van de contracten voorafgegaan door een wijziging van huwelijksvermogenstelsel (gecombineerde verrichting), in casu overgang naar een stelsel van scheiding van goederen, onderzocht.

De contracten maken geen fiscaal misbruik uit indien er ook niet-fiscale motieven aan ten grondslag liggen. Herkwalificatie is mogelijk indien de belastingplichtige niet kan aantonen dat de geviseerde verrichting(en) ook niet-fiscale doelstellingen hebben, en dat deze niet-fiscale doelstellingen voldoende opwegen tegen de fiscale motieven.

28. De voorgenomen verrichting maakt fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF aangezien de vermelde niet-fiscale motieven die aan de contracten ten grondslag liggen niet opwegen tegen de fiscale motieven.

29. De echtgenoten zijn gehuwd op xx.xx.2002. De beroepsactiviteiten van de heer X in […] dateren reeds van eind 1994, lang voor het huwelijk van de heer en mevrouw X-Y. De heer X had op de dag van zijn huwelijk al een eigen vermogen opgebouwd. Toch wordt gekozen voor het wettelijk stelsel waar de kans bestaat dat de eigen goederen vermengd worden met de gemeenschapsgoederen. Vermenging heeft aldus al plaats kunnen vinden. De verdeling van 2019 stemt niet noodzakelijk overeen met het eigen vermogen van de echtgenoten zonder vermenging.

Het risico op een beroepsaansprakelijkheidsvordering bestond eveneens al op het moment van het huwelijk.

Het motief van de bescherming van de langstlevende overtuigt niet. In het wijzigend huwelijkscontract van xx.xx.2010 werd reeds een verblijvingsbeding opgenomen wat de langstlevende (financieel) voldoende beschermd.

Ook de verwijzing naar COVID 19 overtuigt niet. De aanvragers behoren niet tot de risicogroep. Ze hebben nog een relatief jonge leeftijd en verklaren zich allebei in goede gezondheid te bevinden

Het feit dat de overgang naar een stelsel van scheiding van goederen slechts korte tijdspanne voorafgaat aan de contracten leidt samen met de voorgaande argumenten ertoe dat fiscaal misbruik wordt weerhouden wegens eenheid van opzet.

Met het afsluiten van de contracten zal geen rekening worden gehouden.

 

Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratie- en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

------------

- publicatie op 13.01.2021