Inbreng in beperkte huwelijksgoederengemeenschap naar Nederlands recht

Voorafgaande beslissing nr. 20049 dd. 26.10.2020

Artt. 2.8.1.0.1; 2.9.1.0.1; 2.10.1.0.1 VCF


 

Inhoud

  1. Voorwerp van de aanvraag
  2. Omschrijving van de verrichting(en)
  3. Motivering van de aanvraag
  4. Beslissing

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe bevestiging te krijgen dat de inbreng van een Belgisch onroerend goed in een beperkte huwelijksgoederengemeenschap naar Nederlands recht niet zal worden onderworpen aan evenredige registratierechten. De aanvraag heeft bijgevolg betrekking op de toepassing van de artikelen 2.8.1.0.1, 2.9.1.0.1 en 2.10.1.0.1 VCF.

Daarnaast strekt de aanvraag er toe bevestiging te krijgen dat de inbreng van een Belgisch onroerend goed in een beperkte huwelijksgoederengemeenschap naar Nederlands recht geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

2. Op xx.xx.2020 meldde de aanvragers mij dat de echtgenoten X-Y hun hoofdverblijfplaats sedert minstens 5 jaar in het Vlaamse Gewest hebben gevestigd.


II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

3. De aanvraag wordt ingediend door de heren […], namens haar cliënten:

3.1. De heer X, geboren te […] op xx.xx.1959 en houder van een Nederlands paspoort met nummer […] ; en zijn echtgenote

3.2. Mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1968 en houdster van een Nederlands paspoort met nummer […];

samenwonende te […].

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

4. Achterliggende informatie

De heer en mevrouw X - Y hebben de Nederlandse nationaliteit en zijn gehuwd onder het Nederlands huwelijksvermogensrecht. Op xx.xx.1995 werden huwelijkse voorwaarden opgesteld waarbij onder meer werd bepaald dat de heer en mevrouw X - Y gehuwd zijn onder algehele uitsluiting van goederen, met uitzondering van beperkte huwelijksgoederengemeenschap van de echtelijke woning met de daarbijhorende hypothecaire schuld. Deze bestond uit de echtelijke woning, gelegen te […].

De heer en mevrouw X - Y zijn ondertussen woonachtig in België, meer bepaald te […]. Het betreffende onroerende goed dat op heden dienst doet als gezinswoning is evenwel enkel eigendom van de heer X ingevolge aankoop d.d. xx.xx.2002 en werd nog niet ingebracht in de beperkte huwelijksgoederengemeenschap naar Nederlands recht. Als bijlage bij de aanvraag kan het afschrift van de aankoopakte teruggevonden worden.

Recentelijk, meer bepaald op xx.xx.2020, werd het huwelijkscontract van de heer en mevrouw X - Y aangepast. De toepassing van het Nederlandse huwelijksvermogensrecht bleef evenwel behouden inclusief het stelsel van scheiding van goederen met een beperkte huwelijksgoederengemeenschap voor wat betreft de gezinswoning. Artikel 1 van de huwelijkse voorwaarden van de heer en mevrouw X - Y bepaalt op heden dan ook het volgende:

"De echtgenoten zijn gehuwd onder een beperkte huwelijksgoederengemeenschap van echtelijke woning met de daarop rustende hypothecaire schulden en de daaraan gekoppelde levensverzekeringen waarbij zij voor de rest iedere

huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen uitsluiten.".

In bijlage bij de aanvraag werd een afschrift van de betrokken akte inzake wijziging huwelijkse voorwaarden gevoegd.

5. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

De heer en mevrouw X - Y wensen op heden gevolg te geven aan de door hen overeengekomen huwelijkse voorwaarden. Daarom wenst de heer X over te gaan tot de inbreng van de gezinswoning te […], op heden enkel zijn eigendom ingevolge aankoop d.d. xx.xx.2002, in de beperkte huwgemeenschap naar Nederlands recht.

De inbreng van de gezinswoning in de beperkte gemeenschap kadert binnen de voorwaarden die partijen zijn overeengekomen in hun huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben niet de intentie om de gezinswoning op korte termijn over te dragen aan hun gemeenschappelijke zoon.

De heer en mevrouw X - Y zullen in dit verband een akte laten verlijden voor een Belgische notaris waarbij uitvoering wordt gegeven aan het betrokken artikel uit de huwelijkse voorwaarden en waarbij tevens alle nodige formaliteiten en verplichtingen vanuit Belgisch juridisch perspectief zullen worden nageleefd.

[top]

III. Motivering van de aanvraag

6. Toepassing registratierechten

Artikel 2.8.1.0.1 VCF bepaalt het volgende:

"Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van

Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.".

Artikel 2.9.1.0.1 VCF bepaalt het volgende:

"Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van

Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verkooprecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen, met uitsluiting van de inbrengen, vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.".

Artikel 2.10.1.0.1 VCF bepaalt het volgende:

"Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van

Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verdeelrecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende:

1° gedeeltelijke of gehele verdelingen van onroerende goederen;

2° afstanden onder bezwarende titel, onder mede-eigenaars, van onverdeelde delen in onroerende goederen;

3° omzetting als vermeld in artikel 745quater en artikel 745quinquies van het Burgerlijk Wetboek, zelfs als er geen onverdeeldheid is.".

Artikel 11 van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest bepaalt het volgende:

"De evenredige en specifieke vaste rechten worden geheven volgens het in dit Wetboek vastgestelde tarief.

Het algemeen vast recht is van toepassing op al de in dat tarief niet voorziene akten en geschriften.

Het algemeen vast recht bedraagt 50 EUR.".

Overeenkomstig voormelde artikelen wordt een inbreng van een onroerend goed in een - al dan niet beperkte - huwgemeenschap naar Belgisch recht onderworpen aan het algemeen vast recht, met uitsluiting van de evenredige rechten.

Op voorwaarde dat sprake te is van een (beperkte) huwgemeenschap tussen partijen waarin het onroerend goed wordt ingebracht, wordt de inbreng dus vrijgesteld van evenredige registratierechten.

De huwelijkse voorwaarden naar Nederlands recht van de heer en mevrouw X-Y zijn gelijkaardig aan de voorwaarden van toepassing op het stelsel van scheiding van goederen met een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogens naar Belgisch recht. Wij zijn dan ook van oordeel dat de beperkte huwgemeenschap naar Nederlands recht tussen de heer en mevrouw X-Y aan voormelde kenmerken voldoet. Als gevolg hiervan kunnen op de inbreng van de gezinswoning door de heer X geen evenredige rechten worden geheven.

Ter volledigheid zijn wij nog van oordeel dat Standpunt nr. 16100 d.d. 14 november 2016 niet kan worden toegepast op de beschreven verrichting aangezien het hier echtgenoten betreft en niet wettelijk samenwonende partners en bijgevolg ook sprake is van een (beperkte) huwgemeenschap en niet van een gewone onverdeeldheid.

7. Antimisbruikbepaling

Wij zijn van oordeel dat artikel 3.17.0.0.2 VCF niet kan worden toegepast aangezien aan de verrichting is ingegeven door een niet-fiscaal motief, zijnde de bescherming van de rechten van de (langstlevende) echtgeno(o)t(e) met betrekking tot de gezinswoning. Door de inbreng worden de rechten van de (langstlevende) echtgeno(o)t(e) ingebed in de huwelijkse voorwaarden waardoor deze niet eenzijdig kunnen worden herroepen, zoals bv. wel het geval zou zijn in geval van een testamentaire beschikking.

Bovendien verklaren partijen uitdrukkelijk dat zij niet de intentie hebben om de gezinswoning op korte termijn over te dragen aan hun gemeenschappelijke zoon.

[top]

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

8. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

9. Artikel 3.22.0.0.1, §2, eerste lid, 3° VCF stelt duidelijk dat de aanvraag de verwijzing moet bevatten naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop de beslissing moet slaan. De voorafgaande beslissing heeft bijgevolg enkel betrekking op die specifieke artikelen waarnaar in de aanvraag uitdrukkelijk verwezen wordt, m.n. artt. 2.8.1.0.1 VCF, 2.9.1.0.1 VCF, 2.10.1.0.1 VCF en 3.17.0.0.2 VCF.

10. De inbreng in de beperkte huwelijksgemeenschap maakt geen Vlaamse registratiebelasting verschuldigd.

11. Het beslissingsorgaan kan zich niet uitspreken over de toepassing van het algemeen vast recht aangezien dit tot de bevoegdheid van de federale overheid behoort.

12. Indien het contract is gesloten vanaf 1 juni 2012 kan het afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. Het contract maakt geen fiscaal misbruik uit indien er ook niet-fiscale motieven aan ten grondslag liggen. Herkwalificatie is mogelijk indien de belastingplichtige niet kan aantonen dat de geviseerde verrichting(en) ook niet-fiscale doelstellingen hebben, en dat deze niet-fiscale doelstellingen voldoende opwegen tegen de fiscale motieven.

13. De aangehaalde niet-fiscale motieven wegen in casu op tegen de fiscale motieven.

De inbreng in de beperkte huwelijksgemeenschap op zich maakt geen fiscaal misbruik uit.

 

Deze beslissing heeft alleen betrekking op registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

 

---------------

- publicatie op 14.12.2020