Inbreng van een onverdeeld deel in een OG in het gemeenschappelijk vermogen door een echtgenoot - ‘derde verkrijger bij overeenkomst’ – verkrijging van het ander onverdeeld deel

Standpunt nr. 20073 dd. 26.10.2020

Art. 2.9.1.0.7 VCF


 

Indien een echtgenoot X zijn onverdeeld deel in een onroerend goed inbrengt in het gemeenschappelijk vermogen met echtgenoot Y, en indien de inbrengende echtgenoot X ten opzichte van de andere mede-eigenaar(s) Z de hoedanigheid heeft van ‘derde-verkrijger bij overeenkomst’ in de zin van artikel 2.9.1.0.7 VCF, verkrijgt ook de niet-inbrengende echtgenoot Y de hoedanigheid van ‘derde-verkrijger bij overeenkomst’ in de zin van artikel 2.9.1.0.7 VCF ten aanzien van de andere mede-eigenaars. Z.

De niet-inbrengende echtgenoot verkrijgt de hoedanigheid van ‘derde-verkrijger bij overeenkomst’ niet ten gevolge van de inbreng in de huwgemeenschap door een huwelijkscontract; een huwelijksovereenkomst wordt immers niet beschouwd als een overeenkomst in de zin van artikel 2.9.1.0.7 VCF. Hij verkrijgt de hoedanigheid van derde-verkrijger bij overeenkomst wel ten gevolge van de hoedanigheid van ‘derde-verkrijger’ die de inbrengende echtgenoot mogelijk kan hebben.

 

--------------

  • publicatie op 10.11.2020