Inbreng in een vennootschap van een studentenhuis – toepassing van het verkooprecht

Standpunt nr. 19066 dd. 30.09.2019

Art. 2.9.1.0.1 VCF


 

Voor de toepassing van de registratiebelasting op de inbreng in vennootschap van een onroerend goed wordt een studentenhuis, d.w.z. een onroerend goed dat bestaat uit studentenkamers, beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend wordt of bestemd is. Als een dergelijk goed wordt ingebracht in een vennootschap door een natuurlijk persoon, is op de inbreng het verkooprecht verschuldigd.

Vlabel sluit zich met dit standpunt aan bij de federale beslissing RJ R 115bis/02-01.

 

------------

  • publicatie op  22.10.2019