Belastbaarheid van de aanwas van vruchtgebruik bij een afstand-deling, verkoop of schenking van enkel het vruchtgebruik en bij een gesplitste aankoop vruchtgebruik-blote eigendom

Standpunt nr. 18083 dd. 12.04.2021


 

Dit standpunt geldt voor vruchtgebruik gevestigd of verkregen vóór 01/09/2021 waarbij de aanwas uitwerking krijgt na 01/09/2021. Op vruchtgebruiken met aanwas gevestigd of verkregen vanaf 01/09/2021 is het nieuw standpunt nr. 21059 van toepassing.

 

Onderhavig standpunt bouwt verder op de federale circulaire nr. 17/1992 dd. 22.10.1992, punt 8.1.

 

Situatie 1: verkoop van vruchtgebruik met aanwas tussen vruchtgebruikers

Rekening houdend met het feit dat vruchtgebruik een maximaal levenslang recht is, kan de aanwas hier niet zijn bedongen door de verkrijgers onderling, maar is de aanwas noodzakelijkerwijze bedongen door de verkoper.

De verkoop van vruchtgebruik met aanwas ontleedt zich m.a.w. juridisch gezien als volgt:

1) Verkoop door de verkoper van het dadelijk vruchtgebruik ten bate van de verkrijgers elk voor de helft;

2) Verkoop door diezelfde verkoper van een voorwaardelijk vruchtgebruik van de helft ten bate van de overlevende vruchtgebruiker na het overlijden van de eerst stervende.

  • Heffing bij verrichting: verkooprecht op de overeengekomen waarde of de verkoopwaarde indien dit hoger is.
  • Heffing bij eerste overlijden vruchtgebruikers: geen registratiebelasting verschuldigd want de heffing bij verrichting dekt het volledige vruchtgebruik.

 

Situatie 2: afstand-deling van vruchtgebruik aan deelgenoten met aanwas tussen vruchtgebruikers

Rekening houdend met het feit dat vruchtgebruik een maximaal levenslang recht is, kan de aanwas ook hier niet zijn bedongen door de verkrijgers-deelgenoten onderling, maar is de aanwas noodzakelijkerwijze bedongen door de deelgenoten-volle eigenaars die afstand doen van het vruchtgebruik op hun aandeel.

De afstand-deling van vruchtgebruik met aanwas ontleedt zich m.a.w. juridisch gezien als volgt:

1) Afstand door de deelgenoten van het dadelijk vruchtgebruik ten bate van de verkrijgers-deelgenoten elk voor de helft van het aandeel dat afgestaan wordt;

2) Afstand door diezelfde deelgenoten van een voorwaardelijk vruchtgebruik van de helft van het afgestane aandeel ten bate van de overlevende vruchtgebruiker na het overlijden van de eerst stervende.

  • Heffing bij verrichting: verdeelrecht (of desgevallend verkooprecht in een situatie van derde-verkrijger) op de overeengekomen waarde of de verkoopwaarde indien dit hoger is. De verkoopwaarde zal worden bepaald rekening houdend met de leeftijd van de jongste vruchtgebruiker.
  • Heffing bij eerste overlijden vruchtgebruikers: geen registratiebelasting verschuldigd want de heffing bij verrichting dekt het volledige vruchtgebruik.

 

Situatie 3: schenking van vruchtgebruik met aanwas tussen vruchtgebruikers

Rekening houdend met het feit dat vruchtgebruik een maximaal levenslang recht is, kan de aanwas hier enkel zijn bedongen door de schenker.

Het gaat juridisch gezien om een actuele schenking van een vruchtgebruik aan de begiftigden, en een schenking van eventueel vruchtgebruik aan de langstlevende van beiden.

  • Heffing bij verrichting: schenkbelasting op elk van de actuele schenkingen.
  • Heffing bij eerste overlijden vruchtgebruikers: schenkbelasting op actueel geworden schenking.

 

Situatie 4: gesplitste aankoop vruchtgebruik en blote eigendom waarbij een beding van aanwas wordt bedongen voor de vruchtgebruikers

Vlabel gaat er – net zoals in situatie 1 - van uit dat gelet op het feit dat vruchtgebruik een maximaal levenslang recht is, het beding van aanwas ook in deze situatie niet bedongen is tussen de verkrijgers onderling, maar door de verkoper.

  • Heffing bij verrichting: verkooprecht op de volle eigendom van het onroerend goed, gesplitst over de verschillende belastingplichtigen.
  • Heffing bij eerste overlijden vruchtgebruikers: geen registratiebelasting verschuldigd want de heffing bij verrichting dekt het volledige vruchtgebruik.

 

Situatie 5: gesplitste aankoop vruchtgebruik en blote eigendom waarbij een opvolgend (successief) vruchtgebruik wordt bedongen:

Vlabel gaat er – net als in situatie 1- van uit dat gelet op het feit dat vruchtgebruik een maximaal levenslang recht is, het opvolgend vruchtgebruik (vruchtgebruik dat het actueel vruchtgebruik opvolgt onder de opschortende voorwaarde dat het voorgaand vruchtgebruik een einde heeft genomen) ook in deze situatie niet bedongen is door de verkrijger van het actueel vruchtgebruik maar door de verkoper.

  • Heffing bij verrichting: verkooprecht op de volle eigendom van het onroerend goed, gesplitst over de verschillende belastingplichtigen.
  • Heffing bij het overlijden actuele (eerste) vruchtgebruiker: geen registratiebelasting verschuldigd want de heffing bij verrichting dekt het volledige vruchtgebruik, ook het opvolgend vruchtgebruik

 

------------

  • toevoeging aanhef op 27.09.2021, publicatie op 20.10.2021

  • aanvulling met situatie 5 op 12.04.2021, publicatie op 10.05.2021

  • aanvulling met situatie 2 op 22.06.2020, publicatie op 14.07.2020

  • oorspronkelijk standpunt van 26.11.2018, publicatie op 10.12.2018