Gedeeltelijke afkoop van een levensverzekeringscontract na het overlijden van de erflater

Standpunt nr. 18033 dd. 03.05.2018

Artt. 2.7.1.0.6 en 3.3.1.0.6, 1ste lid, 6° VCF


 

Als de afkoop van een levensverzekeringscontract na het overlijden van de erflater aanleiding geeft tot de heffing van erfbelasting bij toepassing van artikel 2.7.1.0.6 VCF, moet er op grond van artikel 3.3.1.0.6, 1ste lid, 6° VCF een nieuwe aangifte worden ingediend binnen de vier maanden na de afkoop (overlijden in België).

Het komt echter voor dat er na het overlijden van de erflater wordt overgegaan tot verschillende achtereenvolgende gedeeltelijke afkopen. Sommige contracten voorzien zelfs dat dit op maandelijkse basis kan gebeuren. Strikt genomen betekent dit dat er na elke afkoop een nieuwe aangifte moet worden ingediend, hetgeen praktisch bekeken moeilijk haalbaar is.

Om die reden wordt er in het geval van verschillende gedeeltelijke afkopen een tolerantie toegestaan voor de indiening van de nieuwe aangiften.

Het volstaat dat alle gedeeltelijke afkopen die tijdens het lopende jaar werden gedaan, gegroepeerd worden aangegeven in een nieuwe aangifte die uiterlijk moet worden ingediend binnen de maand na de verjaardag van het overlijden van de erflater. Op deze aangifte zal geen belastingverhoging wegens laattijdige indiening worden geheven, ook al gaat het om afkopen die meer dan vier maanden tevoren werden gedaan.

Dankzij deze tolerantie volstaat het dus één nieuwe aangifte per jaar in te dienen als er tijdens het afgelopen jaar verschillende afkopen werden gedaan.

 

----------

- gepubliceerd op 01.10.2018