Gesplitste aankoop onder het regime van de wet Breyne – Tegenbewijs artikel 2.7.1.0.7 VCF.

Toepassing artikel 2.7.1.0.7 VCF in het geval van oprichting van gebouwen na de gesplitste aankoop.

 

Standpunt nr. 15095 dd. 03.05.2017

Art. 2.7.1.0.7. VCF


 

In het geval van een gesplitste aankoop (VRG/BE) van een onroerend goed onder het regime van de wet Breyne volstaat het voor het leveren van het tegenbewijs van artikel 2.7.1.0.7, tweede lid, 1° VCF dat de blote eigenaar aantoont dat hij op het moment van de aankoopakte over voldoende middelen beschikte om zijn aandeel in de prijs van de grond en de reeds bestaande gebouwen te betalen. De aktekosten en de notariskosten worden hierbij niet gevat. Eens dit bewijs geleverd, speelt de fictie van art. 2.7.1.0.7 VCF niet en is de erfbelasting niet verschuldigd.

 Indien het voormelde tegenbewijs niet kan worden geleverd en artikel 2.7.1.0.7 VCF wel toepasselijk is, dan moet het fictieve legaat gewaardeerd worden volgens de staat en waarde op datum van het overlijden. In het geval van een aankoop onder de wet Breyne waarbij een aannemingscontract werd gesloten zal de belastbare grondslag afhangen van de kosten die de derde (blote eigenaar) zelf heeft gedragen. Hij zal dus moeten aantonen dat hij de kosten van die constructies heeft gedragen. Dit is ook het geval indien de aankoop niet onder het regime van de wet Breyne werd gedaan en er later renovatiewerken of bijgebouwen werden gerealiseerd die de waarde van het onroerend goed op datum van het overlijden hebben beïnvloed.

 Met dit standpunt volgt de Vlaamse Belastingdienst de federale beslissingen gepubliceerd onder RRJ, S. 09/06.05 en S.09/08.01.

Indien het tegenbewijs voor de gesplitste aankoop van de grond niet kan worden geleverd en de nadien opgerichte constructies of gebouwen werden gefinancierd via niet geregistreerde schenkingen binnen de 3 jaar vanwege de vruchtgebruiker/erflater, is de belastbare grondslag voor de toepassing van de fictie van artikel 2.7.1.0.7 gelijk aan de venale waarde ten dage van het overlijden van het onroerend goed inclusief deze constructies of gebouwen. Anderzijds zal artikel 2.7.1.0.5 VCF niet worden toegepast op deze schenkingen binnen de 3 jaar die niet aan de schenkbelasting werden onderworpen. De fictie van artikel 2.7.1.0.7 heeft in deze voorrang op de fictie van artikel 2.7.1.0.5 VCF.

 

----------

  • publicatie op 23.05.2017