Aangifte van nalatenschap - Bewijs passief - Bedrag factuur nog niet gekend

Standpunt nr. 15005 dd. 19.01.2015

Art. 3.6.0.0.1. VCF


 

Bij een laattijdige indiening van de aangifte van nalatenschap is er altijd een belastingverhoging verschuldigd, ook al werd er uitstel verleend.

Het principe van de onherroepelijkheid van de aangifte moet voorop blijven staan. Maar in een aantal gevallen kan worden vastgesteld dat aangevers, die voor een werkelijk bewijs van het passief kiezen, dit passief niet tijdig kunnen aantonen in de aangifte van nalatenschap, omdat het aanslagbiljet of de factuur hen pas na het verstrijken van de indieningstermijn wordt bezorgd. Het gaat hier voornamelijk over facturen van gemeentelijke, provinciale, gewestelijke of federale overheidsdiensten, dus om facturen of aanslagbiljetten die slechts periodiek worden opgemaakt, of om ziekenhuisfacturen. Indien dergelijke facturen pas na de verbeteringstermijn aan aangevers worden verzonden kunnen zij toch nog in het passief aanvaard worden en kan er AO worden verleend bij toepassing van art. 3.6.0.0.1 VCF. Dit, op voorwaarde dat men kan aantonen dat er een gegronde reden is voor het laattijdig overmaken van het stuk (wat impliceert dat men van het bestaan niet wist op datum waarop de aangifte binnen moest zijn) of wel wist dat die factuur nog ging komen (bestaan dus wel kende), maar het bedrag nog niet kende op ogenblik dat aangifte binnen moest zijn.

 

----------

publicatie op 03.02.2015