Belasting

Verkeersbelasting

Artikel

Artikel 2.2.1.0.1 VCF jo 3 WIGB

Voorwerp betwisting

Toepassingsgebied verkeersbelasting - werktuigmachines die afval vervoeren zijn belastbaar - borstelveegwagen

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

Brussel

Rolnummer

F.20.0005.N

Datum uitspraak

25 september 2020

Status

Definitief

 

Toepassingsgebied verkeersbelasting - werktuigmachines die afval vervoeren zijn belastbaar - borstelveegwagen

 

Samenvatting

Artikel 2.2.1.0.1 VCF bepaalt dat, overeenkomstig artikel 3 WIGB, een belasting wordt geheven op de stoom- of motorvoertuigen dienende hetzij tot het vervoer van personen, hetzij tot het vervoer van goederen of van om het even welke voorwerpen over de wegen.

Overeenkomstig artikel 3 WIGB wordt een belasting geheven op de stoom- of motorvoertuigen dienende hetzij tot het vervoer van personen, hetzij tot het vervoer van goederen of van om het ven welke voorwerpen over de wegen.

Uit deze bepalingen volgt dat de belasting verschuldigd is voor alle voertuigen die dienen tot het vervoer van personen of goederen. Daartoe volstaat het dat het voertuig geschikt is voor zulk vervoer en als zodanig wordt gebruikt. Niet vereist is dat het vervoer van personen of goederen de hoofdbestemming van het voertuig uitmaakt. Een uitsluitend gebruik van het voertuig voor zulk vervoer is evenmin vereist.

De appelrechter stelt vast dat:

  • de borstelveegwagen een “laadcapaciteit” heeft om “afval in op te slaan”;
  • het geen geschilpunt is dat afval een goed is in de zin van artikel 3 WIGB;
  • “de inherente laadcapaciteit dient om opgeveegde goederen te vervoeren”;
  • de betrokken voertuigen “in een even belangrijke mate” dienen “om het afval naar een dumpingsite of een afvalverwerker te vervoeren”;
  • hoewel de opslag of het vervoer van reinigingsvloeistoffen of afval losgekoppeld zou kunnen worden van de reinigingsinstallatie, aangenomen kan worden dat de combinatie van beide kenmerken, reinigingsapparatuur en opslag- of vervoersmogelijkheid, een veel efficiënter werkproces is.

Op grond van deze vaststellingen vermocht de appelrechter te oordelen dat de borstelveegwagen dient om in de zin van artikel 2.2.1.0.1 VCF en artikel 3 WIGB goederen te vervoeren.