Belasting

Onroerende voorheffing 

Artikel

Artikel 376, §1 WIB92, artikel 473 WIB92, artikel 494, §5 en artikel 503 WIB92

Voorwerp betwisting

Afbraakwerken - herschatting KI - laattijdige aangifte - ambtshalve ontheffing

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

Brussel

Rolnummer

F19.0050.N

Datum uitspraak

25/06/2020

Status

Definitief

 

Afbraakwerken - herschatting KI - laattijdige aangifte - ambtshalve ontheffing

 

Samenvatting

Het Hof van Cassatie heeft in een uitspraak van 25 juni 2020 als volgt beslist:

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 376, §1, WIB92 verleent de directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar ambtshalve ontheffing van de overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting, alsmede van die welke zouden blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen en op voorwaarde dat:

1° die overbelastingen door de administratie werden vastgesteld of door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, aan de administratie werden bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd;

2° de aanslag niet reeds het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift, dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing nopens de grond.

Het loutere feit van de overbelasting geeft geen aanleiding tot ontheffing. Voor een ontheffing is niet enkel vereist dat de overbelasting door de administratie werd vastgesteld of door de belastingplichtige werd bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, maar eveneens dat de laattijdige inroeping van de nieuwe bescheiden of feiten waaruit de overbelasting blijkt, wordt verantwoord door gewettigde redenen.

Gelden alleen als nieuwe feiten of bescheiden die welke een bewijs kunnen opleveren dat voordien niet is geleverd en dat de belastingplichtige niet kon overleggen of aanvoeren voordat de termijnen van bezwaar of beroep waren verstreken.

2. Krachtens artikel 473 WIB92 is de eigenaar van een onroerend goed ertoe gehouden, uit eigen beweging, bij de administratie van het kadaster de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen aan te geven, binnen dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken.

3. Krachtens artikel 494, §5, WIB92 worden de uit een schatting of een herschatting voortspruitende kadastrale inkomens geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 WIB92 is voorgeschreven.

Het uit een herschatting voortspruitende kadastrale inkomen wordt geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen, ook al werd de administratie van het kadaster verwittigd na het verstrijken van de termijn van dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken. 

4. […]

De appelrechter die op voormelde gronden oordeelt dat, hoewel het feit zelf van de overbelasting werd aangetoond, er niet voldaan was aan de voorwaarden voor de ontheffing "nu [de eiseres] niet aantoont dat het laattijdig overleggen of inroepen van de betekening van het nieuw kadastraal inkomen (nieuw bescheid) gevolg is van gewettigde redenen", verantwoordt zijn beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Overeenkomstig artikel 503 WIB92 heeft de eventuele wijziging van het kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar uitwerking zelfs ten opzichte van de reeds ten kohiere gebrachte aanslagen welke op grondslag van dat inkomen werden vastgesteld.

De wijziging van het herschatte kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar heeft enkel invloed op de aanslagen die werden vastgesteld op grondslag van het herschatte kadastraal inkomen.

6. Indien de eiseres bezwaar had ingediend tegen het herschatte kadastraal inkomen en dat bezwaar had geleid tot een wijziging ervan, dan konden enkel de op het herschatte kadastraal inkomen gesteunde aanslagen hierdoor beïnvloed worden. De eerdere aanslagen, die berusten op het kadastraal inkomen voorafgaand aan de herschatting, konden daardoor niet worden beïnvloed.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.