Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Art. 2.8.1.0.1. VCF, art. 2.7.1.0.7 VCF en art. 1382 B.W.

Voorwerp betwisting

Gesplitste aankoop - geen impact vernietiging SP 15004 op betaalde registratiebelasting

Rechtbank of Hof

Rechtbank van Eerste Aanleng Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

18/3941/A  - 18/3943/A - 18/3945/A

Datum uitspraak

10 juni 2020

Status

Definitief

 

Gesplitste aankoop - geen impact vernietiging SP 15004 op betaalde registratiebelasting

 

Samenvatting

Op 23 mei 2018 ontvangen de kinderen (belastingplichtigen in deze) elk een onrechtstreekse schenking van 128.000 EUR van hun ouders door middel van een bankoverschrijving.

De ‘pacte adjoint’ werd opgemaakt en werd geregistreerd. De registratiebelasting werd betaald.

Op 6 juni 2018 worden drie studentenkamers gekocht waarbij telkens een kind (belastingplichtige) de blote eigendom koopt en de ouders het vruchtgebruik. 

Binnen de bezwaartermijn dienen de belastingplichtigen bezwaar in tegen de registratiebelasting omdat deze schenking in het licht van de vernietiging van het SP 15004 bij arrest van 12 juni 2018 niet moest geregistreerd worden. Het bezwaar werd niet ingewilligd waardoor elke belastingplichtige zich tot de rechtbank richtte die in drie gelijkaardige vonnissen als volgt oordeelde:

  • Over de gevestigde aanslag

Belastingplichtigen stellen dat de registratie van de schenkingsakte uitsluitend werd verricht in navolging van het SP standpunt 15004 ten einde de toepassing van artikel 2.7.1.0.7, eerste lid VCF te ontsnappen. Volgens hen zou deze registratie van de bankgift een voorwaarde zijn die werd vooropgesteld in dit administratief standpunt.

In de redenering van belastingplichtigen dat de schenkingsakte ter registratie werd aangeboden, uitsluitend om aan de toepassing van artikel 2.7.1.0.7 VCF te ontsnappen, moet vastgesteld worden dat het administratief standpunt geenszins een verplichting tot registratie van de schenkingsakte inhoudt, vermits het tegenbewijs, blijkens dit standpunt kan geleverd worden op twee manieren, die aan de keuze van de belastingplichtigen wordt overgelaten.

Aangezien zij geopteerd hebben om tot registratie van de schenkingsakte over te gaan, en dit geenszins enige wettelijke verplichting noch enige verplichting die zou kunnen afgeleid worden uit het administratief standpunt van Vlabel, kan deze vrije keuze niet leiden tot een teruggave van de registratierechten, zelfs nu blijkt dat het administratief standpunt nr. 15004 werd vernietigd ingevolge voormeld arrest van de RvS.

Overigens merkt Vlabel terecht op dat de vernietiging van het administratief standpunt enkel gevolgen heeft op het vlak van de erfbelasting, inzonderheid op de wijze waarop de administratie het artikel 2.7.1.0.7 VCF heeft willen interpreteren en toepassen.

Voorts treedt de rechtbank Vlabel bij dat registratiebelasting verbonden zijn aan de formaliteit van de registratie van de akte en dit belastbaar feit een onherroepelijk karakter heeft.

  • Omtrent de schadevergoeding

De vernietiging van het administratief standpunt nr. 15004 houdt geen fout in aan de kant van Vlabel die enige implicatie heeft op de registratie van de schenkingsakte. Belastingplichtige kon het tegenbewijs leveren van wettelijk vermoeden in de zin van artikel 2.7.1.0.7 VCF zonder registratie van de schenkingsakte.

De vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 1382 BW is bij gebrek aan bewijs van fout, schade en causaal verband, niet gegrond.