Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Artikel 61, 3° W. Reg. (thans art. 2.9.5.0.1. VCF)

Artikel 53,2° W.Reg. – oud art. 2.9.4.2.1 VCF

Artikel 3.4.8.0.1 VCF

Artikel 3.5.6.0.1 VCF

Voorwerp betwisting

Bevoegdheid dossierbehandelaar bezwaarbeslissing (delegatiebesluit) - overmacht - slechte staat van de woning - verzoek betalingsfaciliteiten aan rechtbank - geen mildering belastingverhoging

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2019/AR/1059

Datum uitspraak

2 juni 2020

Status

Definitief

 

Bevoegdheid dossierbehandelaar bezwaarbeslissing (delegatiebesluit) - overmacht - slechte staat van de woning - verzoek betalingsfaciliteiten aan rechtbank - geen mildering belastingverhoging

 

Samenvatting

In de akte aankoop dd. 24 maart 2009 van een woning wordt door de koper om de toepassing van de meeneembaarheid van de registratierechten (art. 61, 3° W. Reg. – thans art. 2.9.5.0.1 VCF) en klein beschrijf (artikel 53,2° W.Reg. – oud art. 2.9.4.2.1 VCF) gevraagd.

Belastingplichtige neemt op 24 maart 2014 zijn inschrijving.

Op 3 juli 2017 volgde wegens het overschrijden van de twee als driejarige termijn een aanslagbiljet met aanvullen rechten en boete.

Het tijdig bezwaarschrift werd op 2 oktober 2017 afgewezen. De slechte staat van de woning bij aankoop werd niet aanvaard als reden van overmacht gezien dat geen onvoorzienbaar feit is die de belastingplichtige op absolute wijze heeft belet de vereiste verplichtingen na te komen. De noodzaak dat de uit te voeren werken, wegens eisen van stedenbouw, uiteindelijk veel ruimer dienden te worden opgevat dan oorspronkelijk was gepland neemt volgens Vlabel niet weg dat belastingplichtige de bouwwerken heeft gewild waarvoor de desbetreffende stedenbouwkundige voorschriften golden, wat overmacht uitsluit.

 

Rb. Gent 11 april 2019

  • Ontvankelijkheid

De belastingplichtige werpt op dat uit niets de hoedanigheid van de dossierbehandelaar bezwaren blijkt. Volgens belastingplichtige is het een onwettige beslissing.

De rechtbank stelt dat de bevoegdheid van de dossierbehandelaar duidelijk blijkt uit het besluit van 4 januari 2017 van de administrateur-generaal tot wijziging van het besluit van de administrateur-generaal van 29 maart 2016 tot subdegelatie van sommige bevoegdheden aan personeelsleden van het agentschap Vlaamse Belastingdienst. Dit stuk werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en kon door belastingplichtige geconsulteerd worden.

Artikel 42 van het besluit van 29 maart 2016 van de administrateur-generaal tot subdelegatie van sommige bevoegdheden aan personeelseden van de Vlaamse Belastingdienst stelt duidelijk dat de dossierbehandelaars inning en invordering belastingverhogingen kunnen opleggen.

Bovendien is er geen wettelijke verplichting om bij elke administratieve beslissing het bewijs van deze subdelegatie bij te voegen.

  • Inzake overmacht

De belastingplichtige werpt op dat zij een relatiebreuk achter de rug had en met beperkte financiële middelen op zoek moest gaan naar “een dak boven haar hoofd”. Ze is een leek op stedenbouwkundig vlak en heeft het onroerend goed aangekocht in de gedachte de woning te kunnen opkalafateren. Zij wist dat de werkzaamheden wat werk zouden vergen, doch zij was van oordeel dat alles binnen de vereiste termijnen zou kunnen gebeuren. Van de ernst van de verborgen gebreken had zij “(evident) géén kennis!”. Zij zou de woning enkel wat herstellen teneinde deze te kunnen bewonen.

De ernst van de verborgen gebreken nopens de staat van de woning, die onvoorzienbaar waren voor een leek als belastingplichtige, zijn volgens haar de oorzaak van het gegeven dat zij een procedure inzake regularisatie/stedenbouwkundige vergunning heeft moeten opstarten. Ingevolge deze verplichting heeft zij een architect onder de arm genomen teneinde een plan in te dienen. Evenzeer onvoorzienbaar en evenzeer overmacht is het gegeven dat deze procedure lang is blijven aanslepen, ingevolge het talmen van deze administratie.

Nu de rechtbank vaststelt dat belastingplichtige enkel doelbewust een woning heeft aangekocht moest zij zich vergewissen van de toestand van het woonhuis door zich eventueel te laten bijstaan door de nodige experten. Op deze wijze zou belastingplichtige een weloverwogen beleidskeuze kunnen maken over de al of niet aankoop van een woning waarin verbouwingen dienen te gebeuren. Tevens dient zij zich te vergewissen van de benodigde tijd om de noodzakelijke renovatiewerken uit te voeren of te laten uitvoeren. De loutere bewering van een verbroken relatie, nu de aankoop van de woning is gebeurd nadat de relatie werd beëindigd, kan ook geen element zijn bij de beoordeling van deze situatie van overmacht.

De rechtbank stelt vast dat belastingplichtige geen bewijsstukken voorlegt waaruit kan worden afgeleid dat de verborgen gebreken werden ontdekt en tot gevolg hebben gehad dat de geplande herstellingen moesten worden uitgebreid tot meeromvattende werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk is. Bovendien kunnen vochtproblemen, een dakconstructie met golfplaten en vloeren op een zandbodem (bij oudere woningen) gemakkelijk worden opgespoord. Hiervoor zijn zelfs geen experten nodig. Dit verwijst enkel naar het voorzichtigheidsprincipe bij de aankoop van een woning. Het is ook een algemene bekendheid dat verbouwingen altijd gepaard gaan met de nodige vertragingen.

Bovendien heeft zij dit principe geschonden door omvangrijke verbouwingen te starten zonder de raadpleging van een architect, blijkbaar ingegeven door financiële overwegingen. Het feit dat de gemeente bij de regularisatieaanvraag wegens de reeds uitgevoerde werken heeft beslist dat deze moesten afgebroken worden maakt ook geen overmacht uit maar eerder een schending van voormeld voorzichtigheidsprincipe. Verder staat vast dat belastingplichtige ook nieuwe kamers wou bijbouwen.

Belastingplichtige dient te bewijzen dat ze alle mogelijke inspanningen heeft geleverd om een oplossing te zoeken voor haar problemen overeenkomstig het principe van de ‘goede huisvader’. Financiële planning maakt hier juist deel van uit evenals een operationele planning met oog voor de aspecten van het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning. Zij dient de werken te plannen, kosten te ramen en na te gaan of haar budgettaire middelen zo’n project kunnen dragen eventueel met de hulp van de nodige experten.

De opgesomde elementen maken dan ook geen onoverkomelijke hinderpaal uit in de zin van overmacht.

  • Inzake afbetalingsplan

Belastingplichtige vraagt in ondergeschikte orde om afbetalingsfaciliteiten toe te kennen overeenkomstig artikel 1244 B.W. én dit over een periode van 48 maanden. Als reden werpt zij haar precaire financiële situatie en de hoegrootheid van het bedrag van de aanslag op.

De rechtbank is van oordeel dat de specifieke aansprakelijkheid in hoofde van de ontvanger niet verzoenbaar is met het uitstel van betaling dat de rechtbank zou kunnen toekennen op basis van artikel 1244 B.W. Het komt met andere woorden niet aan de rechter toe om deze beoordelingsbevoegdheid van de ontvanger zonder meer naar zich toe te trekken. Bovendien heeft de wetgever aan de rechter geen rechtsmacht toegekend inzake het uitstel van betaling gelet op het karakter van openbare orde van de fiscale schuldvordering van de Belgische Staat.

De vordering van belastingplichtige tot het bekomen van een afbetalingsplan is dan ook ongegrond.

 

HvB. Gent 2 juni 2020

In hoger beroep kwamen de problematiek van de overmacht en betalingsfaciliteiten terug aan bod. De appelrechter bevestigt het eerste vonnis alsook de belastingverhoging.

De belastingplichtige vroeg de kwijtschelding of vermindering (naar billijkheid) van de opgelegde belastingverhogingen van 20%. Het is de rechter niet toegestaan de belastingverhoging te verminderen op gronden van opportuniteit of billijkheid. In de situatie dat de belastingplichtige over een termijn van twee en drie jaar beschikte om de woning te betrekken, blijkt dat tussen de aankoop van het onroerend goed op 24 maart 2009 en de datum van bewoning op 24 maart 2014 vijf jaar zijn verstreken. De opgelegde belastingverhogingen bevinden zich in een evenredige verhouding met de aard, de ernst en de omvang van de overtredingen. Er zijn geen redenen om de belastingverhogingen te verminderen of kwijt te schelden.