Belasting

Erfbelasting

Artikel

Art. 3.18.0.0.7 VCF en art. 1405, §2 B.W.

Voorwerp betwisting

Roerend verzuim - huwelijkscontract met gemeenschap van aanwinsten - titularis zijn van rekening betekent niet dat tegoeden op die rekening ook eigen zijn aan echtgenoot-titularis

Rechtbank of Hof

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

19/17/A

Datum uitspraak

26 mei 2020

Status

Definitief

 

Roerend verzuim - huwelijkscontract met gemeenschap van aanwinsten - titularis zijn van rekening betekent niet dat tegoeden op die rekening ook eigen zijn aan echtgenoot-titularis

 

Samenvatting

 

De heer U. overleed testamentloos en kinderloos op 29 augustus 2017. Hij liet als wettelijke erfgenamen na: eerste belastingplichtige N., met wie hij gehuwd was met een huwelijkscontract met gemeenschap van aanwinsten, en aan wie ingevolge de ontbinding van de huwgemeenschap volgens het huwelijkscontract en het openvallen van nalatenschap de volle eigendom van de gemeenschap en het vruchtgebruik van zijn eigen goederen toekwam; en tweede belastingplichtige, zijn zus M., aan wie hij de blote eigendom van zijn eigen goederen naliet.

Op grond van dat huwelijksvermogensstelsel zijn gemeenschappelijk, de goederen tijdens het huwelijk verkregen anders dan door erfenis, schenking of testament, met uitzondering van de lichamelijke roerende goederen en onroerende goederen die als eigen goederen worden bestempeld in het huwelijkscontract of het bijgaande proces-verbaal van boedelbeschrijving. Goederen waarvan niet kan worden bewezen dat ze eigen zijn, worden vermoed gemeenschappelijk te zijn ten gevolge waarvan ze, na ontbinding van het huwelijksstelsel, bij helften in de nalatenschap vallen (artikel 1405, §2 van het Burgerlijk Wetboek).

lndien N. van oordeel is dat de tegoeden waarvan sprake in het voorstel van ambtshalve aanslag haar eigen zijn en niet tot de huwgemeenschap behoorden, dient zij daarvan het bewijs te leveren.

Ter zake stelt de rechtbank vast dat Vlabel een lijst met een tiental bank- en/of effectenrekeningen bijbrengt waarvan N. en/of wijlen U. titularis waren.

Anders dan belastingplichtigen laten gelden, betekent het feit dat enkel N. van een aantal van deze rekeningen de titularis was - met uitsluiting van wijlen U. - niet dat de tegoeden op deze rekening krachtens het huwelijksstelsel ook eigen waren aan N. Het feit dat de tegoeden op een rekening stonden waarvan in voorkomend geval enkel N. de titularis was, zegt immers niets over de oorsprong van deze tegoeden. Om te bewijzen dat de tegoeden op deze rekeningen aan N. eigen waren, dienen belastingplichtigen het voormelde vermoeden van artikel 1405, §2 van het Burgerlijk Wetboek te weerleggen, door aan te tonen dat de tegoeden vermeld op de rekeningen geen aanwinsten van de huwgemeenschap U.-N. waren.

Dit bewijs leveren belastingplichtigen niet, behoudens wat betreft de tegoeden op twee rekeningen waarvoor Vlabel bij administratieve beslissing van 4 oktober 2018 een ontheffing verleende en die enerzijds een onrechtstreekse schenking en anderzijds een bankgift betreffen. Terecht stelt Vlabel dat de rekeningnummers waarop de overige bankgiften gebeurden die N. inroept als rechtvaardiging van de verzuimde roerende goederen, noch vermeld worden in de nalatenschapsaangifte, noch in de lijst van op grond waarvan de aanvullende aanslagen gevestigd werden.

Bij gebrek aan bewijs dat deze tegoeden vermeld in de lijst van verzuim bijgebracht door Vlabel, aan N. eigen zijn, oordeelde Vlabel terecht dat deze behoorden tot de huwgemeenschap U.-N. en voor de helft deel uitmaakten van het belastbaar actief van de nalatenschap van wijlen U.

Terecht ook verbond Vlabel op grond van artikel 3.18.0.0.7 VCF de opgelegde belastingverhoging van 20% aan het verzuim van aangifte van belastingplichtigen.