Belasting

Erfbelasting

Artikel

2.8.4.2.1 en 2.10.4.0.1 VCF

Voorwerp betwisting

Pseudo-ascendentenverdeling 

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2018/AR/1056

Datum uitspraak

24 september 2019

Status

Definitief

 

Samenvatting

De tegenpartij is notaris. In die hoedanigheid heeft hij op 13 juli 2015 een notariële akte verleden tussen schenkers A (vader) en B (zijn dochter) en begiftigden 1,2 en 3 (kinderen van B).

De akte bevat vooreerst een schenking onder levenden, onwederroepelijk en uitdrukkelijk als voorschot op erfenis met vrijstelling van inbreng in natura onder de gewone waarborgen in feite en naar recht, aan en in voordeel van de begiftigden, verschenen en aanvaardende (klein)kinderen en vermoedelijke erfgenamen, elk voor 1/3e, aan de begiftigden, de volle eigendom van een nader bepaald onroerend goed. De begiftigden krijgen de volle eigendom. Zij bekomen het genot door het opstrijken van de huurgelden en het vrij gebruik door tijdige en wettelijke opzegging te doen.

Deze schenking is onderworpen aan een conventioneel beding van terugkeer in geval van vooroverlijden van de begiftigde indien deze met of zonder afstammelingen zouden overlijden, zodat voorgeschreven goederen naar de schenker terugkeren vrij van lasten en zonder kosten.

Voor het heffen van de registratiebelasting verklaren partijen dat de begiftigden de (klein)kinderen zijn van de schenkers en de geschonken goederen in volle eigendom te schatten op € 300.000, hetzij:

  • € 229.500 voor de schenking van ¾ volle eigendom en ¼ vruchtgebruik door schenker A (op basis van een jaarlijkse huurwaarde van € 9.000 en een coëfficiënt 2 voor een leeftijd van de vruchtgebruiker van 91 jaar;
  • € 70.5000 voor de schenking van ¼ blote eigendom door schenker B.

In dezelfde akte, vanaf pag. 7 werd een verdeling opgenomen.

En dadelijk, met medewerking van de schenkers in deze en als last van de schenking, hebben de (klein) kinderen 1,2 en 3 het geschonken onroerend goed onderling en pro fisco in volle eigendom geschat op €300.000,00.

De (klein) kinderen hebben ieder recht op 1/3e in volle eigendom in voorschreven goederen, zijnde elk € 100.00,00. Ieder der kinderen heeft ingevolge hetgeen hierboven vermeld, recht op € 100.00,00.

Terstond hebben de (klein)kinderen verklaard over te gaan tot de verdeling onder hen van het geschonken goed, dit onder toezicht en goedkeuring van hun (groot)ouders waarbij het goed wordt toebedeeld aan begiftigde 1, die verklaart te aanvaarden. Hieruit blijkt dat begiftigde 1 overbedeeld is ten belope van € 200.000,00, waarvoor hij dit bedrag als opleg verschuldigd is aan de overige begiftigden elk tot beloop van de helft, hetzij elk 100.000,00.

Deze verklaren voormeld bedrag ontvangen te hebben, tijdens het verlijden dezer, bij middel van overschrijving van rekening xxx, onder groter bedrag.

Ieder der deelgenoten verklaart de gedane toebedeling te aanvaarden en alle verlatingen, ten titel van verdeling aan zijn mededeelgenoten toe te staan.

De akte werd op 17 juli 2015 ter registratie aangeboden.

Op 6 november 2015 verstuurt Vlabel aanslagbiljetten waarbij het volgende werd getaxeerd

Begiftigde 1:

  • Transactie 1: schenking onroerend goed rechte lijn

Goed: woonhuis

  • Aandeel volle eigendom :1/3.

Rechten:

  • Grondslag: 100.000 EUR.
  • Rechten (50.000 x 3%) x 2= 3.000 EUR.

 

  • Transactie 2: Verdeling 2,5% .

Goed: woonhuis

  • Aandeel volle eigendom 2/3[1]

Rechten:

  • Grondslag 300.000 EUR[2].
  • Rechten: 300.000 x 2,5%= 7.500 EUR.

 

Begiftigde 2 en 3

  • Elk: Transactie: schenking van een onroerend goed met tarief rechte lijn.

Goed: woonhuis

  • Aandeel volle eigendom: 1/3

Rechten:

  • Grondslag 100.000 EUR.
  • Rechten (50.000 x 3%) x 2= 3.000 EUR.

 

Op 18 november 2015 dient belastingplichtige bezwaar in.

Hij stelt dat er rechten opgevraagd worden voor een totaal van 16.500 EUR (met name het schenkingsrecht van 9.000 EUR en 7.500 EUR verdelingsrecht).

De akte betreft een ascendentenverdeling waarbij op pagina 7 vermeld staat dat de begiftigden hebben verklaard over te gaan tot de verdeling onder hen van het geschonken goed, dit onder toezicht en goedkeuring van hun (groot)ouders. Op dergelijke ascendentenverdeling is er volgens belastingplichtige geen verdelingsrecht verschuldigd.

Op 16 november 2016 volgde een negatieve bezwaarbeslissing. Er werd gesteld dat voormelde akte geen ascendentenverdeling is maar een akte met een schenking en een verdeling. Er werd daarvoor verwezen naar de bewoordingen van de akte: “schenking onroerende goederen” en “verdeling”. Gezien beide rechtshandelingen wederzijds onafhankelijk zijn worden zij enkel onderworpen aan het eigen specifiek tarief. (…). De gestelde rechtshandelingen worden hier duidelijk gescheiden. De vermelding in de akte dat de verdeling gebeurt ‘met medewerking van de schenkers en als last van de schenking’ wijzigt niets aan de duidelijk te onderscheiden rechtshandeling. De initiële taxatie werd correct uitgevoerd en blijft ongewijzigd behouden.

Belastingplichtige kon hiermee niet akkoord gaan en richtte een verzoekschrift tot de rechtbank.

Bij vonnis dd. 2 maart 2018 verklaarde de rechtbank de vordering ontvankelijk doch niet gegrond. De belastingplichtige tekent hoger beroep aan.

Het Hof van Beroep te Gent oordeelt als volgt:

Belastingplichtige stelt dat in de akte één verrichting is opgenomen met een gemengd karakter waarbij de regels en de gevolgen van de beschikkingen onder kosteloze titel en van de verdeling met elkaar worden gecombineerd. Concreet zou volgens belastingplichtige volgen uit de letterlijke bewoordingen van de akte dat onmiddellijk nadat de goederen in onverdeeldheid werden geschonken de begiftigden in aanwezigheid en onder toezicht en goedkeuring van de schenkers tot verdeling zijn overgegaan.

Volgens Vlabel bestaat de akte duidelijk uit twee van elkaar te onderscheiden rechtshandelingen namelijk eerst een schenking door schenker A en zijn dochter B van een woning aan de kinderen van B en ten tweede tussen die drie kinderen de verdeling van dat onroerend goed.

Het Hof stelt dat Vlabel terecht verwijst naar zijn standpunt nr. 15170 van 25 januari 2016.

Het Hof stelt verder vast dat, zoals de akte is opgesteld, er duidelijk eerst een gewone schenking onverdeeld aan verscheidene personen wordt gedaan en daarna – weliswaar in dezelfde akte- een verdeling onder de begiftigden onderling. Vlabel als de eerste rechter moet worden bijgetreden in zijn standpunt dat dit geen zuivere ascendentenverdeling is, waardoor het schenkingsrecht als het verdeelrecht verschuldigd zijn.

  • De schenking vermeldt niets over de verdeling, zo is er bijvoorbeeld in dat verband geen voorwaarde opgelegd.
  • De verdeling, zijnde de tweede rechtshandeling, is zonder tussenkomst van de schenkers gebeurd. De schenkers hebben zich duidelijk niet ingelaten met de wijze waarop de begiftigden onder elkaar het onverdeelde goed hebben verdeeld.

Belastingplichtige stelt dat de akte nochtans volgende passussen bevat:

  • En dadelijk, met medewerking van de schenkers in deze en als last van de schenking, hebben de (klein)kinderen, het geschonken onroerend goed onderling en pro fisco in volle eigendom geschat en
  • Terstond hebben de kinderen A, B en C verklaard over te gaan tot de verdeling onder hen van het geschonken goed, dit onder toezicht en goedkeuring van hun (groot)ouders waarbij het goed werd aanbedeeld aan begiftigde A.

Het Hof stelt dat de opnamen van die vermelding over het “toezicht” door de schenkers niet belet dat het om duidelijk te onderscheiden rechtshandelingen gaat. Het woord “toezicht” veronderstelt geen actieve tussenkomst. Dat woord kan niet in die zin worden uitgelegd dat het de schenkers zouden zijn die de verdeling doen; zij staan hoe dan ook buiten de rechtshandeling die enkel gesteld wordt tussen de begiftigden.

Er is slechts sprake van wederzijds afhankelijke bepalingen voor zover de rechtshandelingen gesteld worden tussen dezelfde en uitsluitend dezelfde partijen; bepalingen die tussen verschillende partijen tot stand zijn gekomen, zijn noodgedwongen wederzijds onafhankelijk. Beide rechtshandelingen dienen juridisch elkaars oorzaak uit te maken of elkaars uitvloeisel te zijn: bepalingen waartussen in juridisch opzicht geen verband bestaat, zijn noodgedwongen wederzijds onafhankelijk.

De beide rechtshandelingen zijn dan ook onderworpen aan de taxatie van de respectievelijke belasting, zijnde het artikel 2.8.4.2.1 VCF (schenkbelasting) en 2.10.4.0.1 VCF (verdeelrecht).

 

 

 

[1] Gezien deze begiftigde ingevolge de verdeling 2/3 van de volle eigendom bijkrijgt van het woonhuis

[2] De onverdeeldheid houdt op te bestaan, daarom wordt geheven op de volledige waarde van het onroerend goed